Mastermeetings














home

 

Terug

Selectiecriteria helpen bij keuze masteropleiding


Joséphine B.P.M. Borchert-Ansinger - NIMBAS Graduate School of Management

In Nederland kunnen professionals tegenwoordig kiezen uit een groot aanbod van masteropleidingen, al dan niet in deeltijd. Het wordt moeilijk om door de bomen het bos te zien.

Bij het selecteren van een geschikte opleiding gaat het eerst om de vraag voor wie deze bestemd is. Wat te maken heeft met persoonlijkheid, belangstelling en te verwachten carrièrepad. Men moet eerst de opleidingsbehoefte in kaart brengen en vaststellen welke eisen daaruit af te leiden zijn voordat men de verschillende opleidingen op hun geschiktheid kan beoordelen.

Een eerste belangrijke afweging is de keuze voor een gespecialiseerd of juist breed studieprogramma. Bij gespecialiseerd studieprogramma zijn twee vormen te onderscheiden. Ten eerste zijn er gespecialiseerde masterprogramma's die voortbouwen op een verwante bachelorgraad. Ze fungeren als kopstudie voor hen die zo'n graad hebben. Ten tweede zijn er gespecialiseerde programma's voor deelnemers uit verschillende disciplines. Zo kunnen academici uit diverse vakgebieden een gespecialiseerde masterdegree behalen, bijvoorbeeld in international marketing.

Dan zijn er opleidingen die een breed studieprogramma aanbieden. Dat is bedoeld om van specialisten general managers te maken. MBA-opleidingen komen in aanmerking als de opleiding vooral gericht moet zijn op het bedrijf en zijn externe betrekkingen, strategisch management, finance en accounting, marketing etc. Gaat de behoefte vooral uit naar bedrijfsinterne organisatie, dan is de MBM een keuzemogelijkheid. Heeft iemand daarentegen managementkennis nodig op specifieke terreinen zoals human resources, logistiek of informatie, dan zijn er studies zoals MBL en MBI. Bij gerenommeerde MBA-opleidingen is het mogelijk bovengenoemde specialismen via keuzevakken en afstudeerprojecten te verwerven. In alle gevallen zal de cursist zich moeten afvragen of de onderwezen vakgebieden aansluiten op zijn carrièreplan.

Theorie en praktijk
Een wetenschappelijk academisch masterprogramma stelt verdieping van de kennis in theorie en research centraal. Het afstudeerproject moet hiervan een afspiegeling zijn. Bij de praktijkgerichte academische masterstudies moet naast de theorie veel aandacht uitgaan naar toepassing en integratie van de vakgebieden. Het afstudeerproject van deze masterstudies heeft een belangrijke praktijkgerichte component. Dit stelt bepaalde eisen aan het docentenkorps.

Medebepalend voor de kwaliteit van het programma is de onderwijsfilosofie van het instituut en de organisatie van het onderwijs. Beschikt de instelling over een specifieke onderwijsmanager die verantwoordelijk is voor inhoud en uitvoering van het onderwijs? Zijn er per vakgebied syllabi die gestructureerd aandacht besteden aan de collegestof, het verband met andere programmaonderdelen, studieopdrachten, literatuur, wijze van examineren etc.? Is de voertaal Engels? Dit doet recht aan de internationale oriëntatie van de opleiding. De Nederlandse deelnemers hebben daar veel baat bij.

Timemanagement
Masteropleidingen zijn intensief, dus timemanagement is belangrijk. De in Nederland aangeboden masteropleidingen bieden verschillende mogelijkheden, waaruit de cursist een weloverwogen keuze moet maken:

  • Fulltime programma's
  • Parttime programma 's met een- of tweewekelijkse lesprogramma's
  • Modulaire executive programma's
  • Distance-learningprogramma's
Organisatie
Naast hoorcolleges kennen de masterprogramma's werkcolleges en practica, die plaatsvinden in kleine groepen en hoge eisen stellen aan de interactie tussen docent en student. De samenstelling van de cursistengroep is ook belangrijk. Een grote verscheidenheid in vooropleidingen, werkkringen en nationaliteiten maakt een vruchtbare kruisbestuiving tussen de studenten mogelijk. Afhankelijk van het onderwijsprogramma is het interessant om na te gaan of een instituut per vakgebied de mogelijkheid biedt om een certificaat te verwerven. Om de kwaliteit van de academische graad te waarborgen moet onderbreking van een programma aan een tijdslimiet gebonden zijn. Onvoorziene omstandigheden kunnen voor de cursist vertraging van het programma betekenen. Het is belangrijk te weten of het instituut over mogelijkheden en flexibiliteit beschikt om gemiste onderdelen met een minimum aan tijdverlies in te halen.

Kwaliteit van docenten
De cursist moet inzicht krijgen in de kwaliteit van de docenten. Bij gerenommeerde masteropleidingen zijn de docenten verbonden aan universiteiten en doorgaans de auteurs van hun lesmateriaal. In Groot-Brittannië mogen docenten vaak naast hun universitaire taak een bedrijf hebben of in het bedrijfsleven werkzaam zijn. Zo delen de studenten in de bedrijfservaring van hun docenten. Maar een cursist moet huiverig zijn wanneer grote delen van het managementonderwijs worden overgelaten aan docenten uit het bedrijfsleven zonder formele didactische scholing. Casestudy's zijn namelijk alleen zinvol wanneer ze in een theoretisch kader worden geplaatst.

Verder is het belangrijk om na te gaan of de verscheidenheid aan vakken door experts gegeven wordt. Dit houdt in de praktijk in dat een instituut zijn wetenschappelijke staf gedeeltelijk van andere universiteiten in binnen- en buitenland betrekt omdat het niet op alle terreinen zelf toplieden heeft. Bovendien eist het moderne managementonderwijs incorporatie van internationale expertise in het curriculum.

Examenkwaliteit
De academische masteropleidingen toetsen de studieresultaten in examens. Die kunnen uit verschillende onderdelen bestaan en geheel zijn opgebouwd uit individueel te beantwoorden vragen, maar ze kunnen ook opdrachten bevatten. In het Britse systeem worden de examens, behalve door de docent, medebeoordeeld door een college van internal en external examiners. Het is oppassen geblazen met masterprogramma's die zonder examentoetsing masterdegrees uitreiken. Nederlandse en Britse universiteiten worden periodiek door visitatiecommissies getoetst: dit waarborgt de kwaliteit van de onderzoek- en onderwijsprogramma's. Als men kiest voor een masteropleiding aan een Nederlands instituut dat met een Britse universiteit samenwerkt, is het van essentieel belang dat dit instituut zowel qua onderwijsprogramma als qua examinering deel uitmaakt van de Britse universiteit en volledig voldoet aan de hier beschreven examenprocedure.

Kwaliteitsbewaking
Voor de Europese MBA-opleidingen bestaat een belangenorganisatie, de Association of MBA's (AMBA) in Londen, die waakt over de kwaliteit van het managementonderwijs. Op dit moment bezitten 33 business schools in Groot-Brittannië en 22 op het Europese continent een AMBA-accreditatie. Door de groei van het aantal Europese MBA-programma's heeft de European Foundation for Management Development (EFMD) een eigen standaard voor Europese 'degree awarding' business schools ontwikkeld: de European Quality Improvement System (EQUIS). Op dit moment hebben 34 Europese business schools een EQUIS-accreditatie en alleen de graadverlenende instituten kunnen hiervoor opteren. Het lidmaatschap van de EFMD is essentieel voor Europese managementopleidingen. Het EFMD-jaarboek biedt een overzicht van alle aangesloten instituten.

Studiebelasting
Een cursist voor een fulltime masterprogramma moet op tenminste 2.000 studie-uren rekenen. Voor de parttime MBA-opleiding kan dit gunstiger uitkomen omdat de cursist, onder begeleiding van een docent, opdrachten en vaak ook de afstudeeropdracht in het bedrijf waar hij werkzaam is, zelf kan uitvoeren. Dat bedrijf heeft het voordeel dat het tegen geringe kosten een waardevol advies krijgt. De studiebelasting van een parttime studie bedraagt tussen 17 en 22 uur per week, met een studieduur van twee tot drie jaar.

Toelatingseisen
Voor gespecialiseerde masteropleidingen is in Nederland een bachelorgraad (first degree) in de desbetreffende hbo-discipline vereist. Voor de brede masteropleidingen is het mogelijk om vanuit een veel grotere variatie van first degrees en doctorale graden een masteropleiding te volgen. In programma's als MBA, MBI en MBM zitten deelnemers met een Nederlands doctoraalgraad uit een grote verscheidenheid aan disciplines, niet zelden gepromoveerden.

Toelatingsprocedure
De cursist vult voor een masteropleiding een application form in en voegt een cv bij. Voor de MBA-opleidingen is doorgaans een test vereist. Gebruikelijk is de graduate management admission test (GMAT), een Amerikaanse test die business schools wereldwijd hanteren.

Daarnaast zijn er MBA-instituten, zoals de Harvard Business School, met een eigen test. Doel is objectief inzicht te krijgen in de geschiktheid van de potentiële cursist voor een managementopleiding. Deze tests bestaan uit deze onderdelen:

  • een kwantitatief deel dat wiskundige basisvaardigheden en wiskundig inzicht meet
  • een deel dat verbaal abstractievermogen toetst
  • een deel dat inzicht verschaft in het vermogen van de student om logisch-analytisch te denken.

De toelatingsprocedure wordt afgerond met een persoonlijk interview.

Prijs-kwaliteitverhouding
Goede Masterprogramma's zijn duur. De prijs van een Masteropleiding is afhankelijk van vele factoren, zoals de academische kwaliteit, reputatie en internationale ervaring van de wetenschappelijke staf, de dynamiek en het internationale karakter van het curriculum, de ontwikkeling en actualisering van lesmateriaal, de participatie van de wetenschappelijke staf van buitenlandse universiteiten in het onderwijs, de mogelijkheid om deel te nemen aan uitwisselingsprogramma's met buitenlandse universiteiten, de reputatie van het wetenschappelijk onderzoek en de mogelijkheid om na het behalen van de masterdegree te promoveren. Studiegidsen van de masteropleidingen met elkaar vergelijken is een manier om na te gaan of reputatie, studiefilosofie en sfeer van het instituut overeenkomen met de verwachtingen.

Vuistregels
De keuze van een MBA-programma is gecompliceerd en afhankelijk van persoonlijke omstandigheden en voorkeur. Handzaam zijn de volgende vier criteria.

Hoe internationaal is het programma?
De toenemende globalisering moet haar weerspiegeling vinden in de MBA-opleiding en de internationale herkomst van docenten en studenten.

Hoe innovatief is het programma?
Wordt het curriculum steeds geactualiseerd? Besteedt het instituut aandacht aan moderne ontwikkelingen zoals e-commerce? Is het programma flexibel?

Hoeveel aandacht krijgt de menselijke dimensie?
De snelle ontwikkeling van nieuwe technologieën maakt effectief management van human resources belangrijker. Bedrijven en landen die hier oog voor hebben verwerven op die wijze een competitive advantage.

Hoe sterk is het docentenkorps?
Hoe verhouden onderwijs en research zich ? Geven docenten goed onderwijs en bedrijven zij actief onderzoek? Hoe belangrijk zijn rankings en league tables? Rankings worden alom gegeven en moeten met voorzichtigheid worden geïnterpreteerd. Kwaliteitskranten en tijdschriften kunnen daarbij een belangrijk hulpmiddel zijn. Wees echter kritisch, want elke ranking is meer of minder gebaseerd op subjectieve criteria en vaak zijn de wegingsfactoren waarop de conclusies gebaseerd zijn, niet te controleren of dubieus.

Niet voor niets distantieert The Economist in zijn publicatie 'Which MBA?' (11th edition 1999) zich van rankings. Auteur George Bickerstaffe is een autoriteit op het gebied van MBA-opleidingen. Deze publicatie geeft een overzicht van de toonaangevende fulltime, parttime en distance learning MBA- programma's in de wereld. Van een aantal business schools worden bovendien de mening en ervaring van studenten vermeld.