Parttime bedrijfskunde studeren: de moeite waard? Job Hoogendoorn
Als studenten bedrijfskunde gevraagd wordt waarom zij voor een parttime studie bedrijfskunde gekozen hebben, luidt het antwoord meestal dat zij de voorkeur geven aan een brede en praktische studie. Een grote mate van afwisseling in vakken, thema's, literatuur en ook docenten spreekt kennelijk tot de verbeelding. En ook de voortdurende koppeling tussen de theorie en de bestaande managementpraktijk voorkomt dat studenten het gevoel krijgen opgezadeld te worden met onbruikbare theorie.
Andere regelmatig genoemde argumenten voor de parttime studie bedrijfskunde zijn de slijtage van eerder verworven managementkennis en de behoefte aan gevarieerdere managementkennis. Dit hangt nogal eens samen met de wens om door te groeien naar minder specialistische managementverantwoordelijkheid. De breedte van de studie wordt vooral bepaald door het grote aantal vakken die standaard deel uitmaken van het bedrijfskundig curriculum: strategisch management, marketingmanagement, financieel management, informatiemanagement, organisatiekunde, human resource management en logistiek management.
Daarnaast is er een aantal nieuwere vakken als innovatiemanagement, entrepreneurship, business ethics en management van verandering, die meedingen om de interesse van studenten. Vervolgens zijn er ook nog ondersteunende vakken als wiskunde, statistiek en recht, die vragen om aandacht. Als al deze vakken in dezelfde mate aan de orde zouden komen, zou dit óf leiden tot een langdurige studie, óf tot een oppervlakkige behandeling van de genoemde vakken.
Daarom kennen de meeste bedrijfskundige studies de mogelijkheid om een of enkele onderwerpen te kiezen en daarmee de mogelijkheid tot verdieping, nadat de bredere bedrijfskundige horizon in beeld gebracht is. Zo kan er aan de parttime opleiding bedrijfskunde van de Erasmus Universiteit gekozen worden voor drie uit negen basisvakken. Voor het verdiepingsvak moet de student een keuze maken uit 10 alternatieven. Deze opsplitsing van het deelnemersveld over een groot aantal verschillende vakken betekent ook dat de gemiddelde groepsgrootte afneemt en dat het onderwijs kleinschalig en interactief kan zijn.
Bedrijfskunde: een praktische studie
De koppeling tussen theorie en praktijk wordt in de parttime studie bedrijfskunde niet alleen aangebracht in de verschillende vakken, maar vaak ook in een aantal projecten. Ze moeten ervoor zorgen dat er een integratie plaatsvindt van de kennis, die door deze vakken wordt overgedragen. Zo zijn er in Rotterdam een 'eigen- bedrijfproject' en een 'internationaal project', die samen voor een vertaalslag zorgen van de theorie naar het eigen bedrijf en naar een systematische vergelijking van het eigen bedrijf met een soortgelijke buitenlandse onderneming. Daarna vraagt het afstudeerproject van de student nog om een demonstratie van voldoende kennis van de bedrijfskundige theorie en toetsing daarvan aan een zelf gekozen onderdeel van de bedrijfskundige praktijk.
Bedrijfskunde vraagt en geeft energie
De tijd die besteed wordt aan de parttime studie bedrijfskunde, verschilt voor de diverse aanbiedingen. Zo vraagt de parttime studie bij Nyenrode een tijdbesteding van drie jaar, terwijl Nijmegen en Rotterdam een korter traject bieden. Van de deelnemers aan de parttime opleiding bedrijfskunde wordt circa 1.000 uur inspanning op jaarbasis gevraagd, ofwel zo'n 20 tot 25 uur per week. Dat is een pittige opgave voor personen die deze studie doen naast een volledige werkkring. Het betekent dat zowel de werkgever als het thuisfront volledig achter deelname aan deze studie moet staan.
Sommige deelnemers slagen erin om parttime te gaan werken en brengen daarmee hun werklast terug tot redelijke proporties. Overigens blijken de deelnemers aan de parttime studie bedrijfskunde deze hoge werklast niet alleen als negatief te beoordelen. Zij menen dat de opleiding niet alleen energie vraagt, maar ook geeft.
Met en van elkaar leren
Aanbrengen van een ervaringsdrempel voor de deelnemers maakt het mogelijk om de docentenrol voor een deel te verplaatsen naar de deelnemers. Doordat studenten doorgaans al een waaier van verschillende hbo- en wo-studies achter de rug hebben en vervolgens ook nog eens ervaring hebben opgedaan in een grote variëteit aan bedrijven, doen zich vele leerkansen voor. Het samenstellen van zo gevarieerd mogelijke studententeams creëert een goede voorwaarde om spontaan van elkaar te leren. Omdat tijdens de opleiding teamwerk regelmatig aan de orde is, ontstaan geoliede teams, die ook na het afstuderen soms nog jarenlang intact en actief blijven.
Slaag- en faalkansen
Op zich levert de parttime studie bedrijfskunde niet veel onoverkomelijke barrières op. De slaagkans voor de verschillende vakken ligt vrij hoog. De meeste deelnemers zijn sterk gemotiveerd en bereiden zich goed voor op de verschillende toetsmomenten. De toetsen kunnen daarbij elk denkbare vorm (essay, nota, open vragen, presentatie) aannemen. De echte barrière blijkt vooral aan het einde te liggen als studenten zelfstandig of als afstudeerduo aan een afstudeerproject werken. Het excuus voor minder inzet of afwezigheid op het bedrijf ('ik moet naar college' en 'ik moet een college of toets voorbereiden') werkt niet meer. En studenten nemen nogal eens een adempauze voordat zij aan hun afstudeerproject beginnen. Dit leidt echter vaak tot ritmeverlies en moeizaam weer op gang komen. Doorzettingsvermogen en discipline in de afstudeerfase blijken daarmee de echte kritische succesfactor te zijn voor de deelnemers aan deze parttime studie.
Omzien in verwondering
Veel afgestudeerden die na afloop van hun studie bedrijfskunde de vraag kregen wat zij van de studie vonden, antwoordden dat zij die als een enorme uitdaging ervaren hebben. Dat ze het twee jaar of langer opgebracht hebben om vaak meer dan 25 uur per week aan hun studie te besteden, verraste nog vaak het meest. Ook klaagden tamelijk wat deelnemers over het zwarte gat waar zij na de opleiding in vielen. Een hele avond televisie kijken biedt toch veel minder uitdaging dan een boeiend college volgen of het werken aan een ambitieuze groepsopdracht.
Daarom zijn er ook aardig wat oud-studenten die op zoek gaan naar een vervolgstudie. Ook zijn velen toe aan een nieuwe uitdaging, wat redelijk veel visitekaartjes met de naam van een nieuwe werkgever oplevert. Dat de ex-werkgever daar niet altijd gelukkig mee is, ligt voor de hand: de meeste deelnemers krijgen immers hun studie geheel of voor een belangrijk deel vergoed door hun werkgever. Gelukkig is dit soort ervaringen voor werkgevers zelden een argument om aspirant-deelnemers te ontmoedigen door hun een financiële bijdrage te onthouden. Kennelijk zien ook de werkgevers al tijdens de studie van hun werknemers voldoende rendement van deze investering.
|