Mastermeetings














home

 

Terug

Masteropleiding: waarom juist nu?


Prof. dr. Wil Foppen - Business School Universiteit Maastricht

Studeren wordt weer anders en nog leuker. Althans, er ontstaat meer keuze. Dat is plezierig en vervelend tegelijkertijd. Plezierig omdat veel keuzeruimte de kans biedt op het tegenkomen van iets onverwachts en aansprekends. Vervelend omdat men door de vele bomen het bos minder goed leert kennen en er dus eerder de weg in kwijt raakt. De opsplitsing van één integrale hogeronderwijsopleiding in twee lagen, die van bachelor en master, zal nogal wat variëteit creëren. Hogescholen en universiteiten willen zich op beide niveaus van elkaar onderscheiden. Daarbij gaat het niet eens zozeer om het verschil tussen een hogere beroepsopleiding en een universitaire opleiding. Beide leiden immers in de praktijk op voor een beroep, d.w.z. beide vormen studenten en bereiden hen voor om te gaan werken. In de praktijk blijkt nogal eens dat de precieze (voor)opleiding er niet echt toe doet bij het werk dat men zoekt of aanneemt.

Als men ondernemend is en al dan niet zelf een bedrijf start, gaat het om heel andere capaciteiten dan die men geleerd heeft. In beroepen, waarnaar men solliciteert, geldt gaandeweg hetzelfde. In eerste instantie zoekt men iets wat aansluit bij de studie. Vrijwel steeds blijkt dan dat de nieuwe baan of de vervolgbaan andere eisen stelt dan waarop men dacht zich te hebben voorbereid. Misschien is het beroep van (academisch) onderzoeker wel de meest rechtlijnige voortzetting van een gespecialiseerde studie in een duidelijk bepaalde baan.

De opsplitsing naar een bachelor- en masterniveau schept waarschijnlijk en op den duur nog meer verschil tussen wat men gaat studeren en wat men later gaat doen. Niet in het minst omdat er met het bachelordiploma een eerder, formeel uitstroommoment ontstaat. Bij het ontwerp van de nieuwe structuur is men er overigens vooral van uitgegaan dat er niet zozeer sprake is van een uitstroommogelijkheid, maar veeleer van een nieuw schakel- of doorstroommoment. Na het behalen van de bachelorgraad kan men de studie voortzetten in een andere richting. Men kan ook stoppen met de studie en opteren voor werk. Het laat zich aanzien dat het laatste door bedrijven wordt toegejuicht. Niet omdat het bedrijfsleven liever minder goed of hoog opgeleide afgestudeerden wil, maar omdat het geïnteresseerd is in eigen bedrijfsspecifieke doorontwikkelingsmogelijkheden, door en voor het bedrijf zelf.

De crux zal zijn hoe men aankijkt tegen het wisselmoment tussen bachelor- en masterniveau. Het woord 'wisselmoment' bestaat uit twee componenten: een die richting aanduidt ('wissel') en een die tijd ('moment') aangeeft. Het is de moeite waard om na beide aandacht te besteden.

Laten we eens goed naar het aspect 'tijd' kijken. Houdt 'moment' in dat men onmiddellijk al dan niet moet wisselen? Waarom zou men? Sommige keuzes zijn gediend met meer tijd ervoor nemen. Andere keuzes liggen voor de hand. Men gaat gewoon door of kan eindelijk een andere kant op. Misschien is het wel de moeite waard om eerst even wat afstand te nemen van wat en dat men studeerde?

Bedrijven zijn naar ons idee best geïnteresseerd in jonge bachelors. Daar denken en hopen ze van dat die kneedbaar zijn en dus extra veel voor het bedrijf kunnen betekenen. Een paar jaar werken, al dan niet met enige bedrijfsstudie, kan zeer de moeite waard zijn. Men leert terugkijken op het eerste (bachelor)stuk van de studie en ontdekt wellicht wat beter waar de echte belangstelling voor werk en/of opleiding ligt. Men kan altijd nog terug of, beter gezegd, vooruit naar de masterfase. Door met de tijd te spelen leert men meer over zichzelf en over de buitenwereld. Vervolgens kan men een nog betere keuze maken. De tijdsfactor, en hoe men ermee omgaat, kan dus betekenisvol zijn.

Hoe zit het met het wisselelement? Men hoeft niet te wisselen, maar kan uiteraard gewoon door in de richting van de bacheloropleiding. In de masterfase wordt dan de kennis verdiept en uitgebreid. Als men daarvoor opteert, kan men nog steeds wisselen van instituut. Men opteert dan alsnog voor een andere stad of zelf een ander land. Een bedoeling achter de nieuwe hogeronderwijsstructuur is immers om de internationale contacten en uitwisselingen te stimuleren. Als belangstelling voor een andere richting zich manifesteert, ontstaan gelijk meerdere interessante opties.

Allereerst de optie om nog eens goed na te denken over de eerdere keuze om überhaupt te studeren. Zou men dat nu anders willen doen, d.w.z. zou men nu op een andere manier zijn keuze willen bepalen? En los van of dat zo is, is even nadenken over hoe het best te kiezen een bijdrage aan de kwaliteit ervan, en dus van de keuze zelf. Dat laatste is des te belangrijker als een geheel ander terrein dan de bacheloropleiding aanspreekt. Wat heeft men geleerd van de andere keren dat men koos? Zowel bij de optie voor doorgaan met waarmee men al bezig was als bij de keuze voor een andersoortige masterstudie speelt weer het aspect waar dat het best te realiseren is: op hetzelfde instituut, elders en/of in het buitenland?

Uit het voorgaande mag blijken dat de introductie van de nieuwe structuur als zeer interessante meerwaarde meebrengt dat de keuze voor de masteropleiding veel vrijheidsgraden kent. Minstens zo belangrijk is dat een student, na met succes zijn bacheloropleiding te hebben voltooid, inmiddels veel rijper is om een des te betere vervolgkeuze te maken. En die keuze maakt men dan echt zelf en vanwege meer kennis over eigen belangstelling, inzet, doorzettingsvermogen en intellectuele competentie. Ondertussen staat men, naar verwachting, ook steviger op eigen benen en kent men de studieomgeving beter. De echte wereld eromheen wordt hopelijk ook meer begrepen.

Het is de moeite waard om welbewust levens- en werkervaring mee te laten wegen. Men draait al langer mee, heeft om zich heen gekeken en heeft geleerd van wat er fout ging. Ervaring is per slot van rekening niet wat er met iemand gebeurt, maar wat gedaan wordt met wat is overkomen.

Er zijn vele redenen om serieus te kiezen tussen een bacheloropleiding en een masteropleiding, eerst een aantal jaren te gaan werken of anderzijds de maatschappij in te gaan. Het unieke voordeel dat de nieuwe structuur biedt, moet niet te lichtvaardig of wegens (vermeende) continuïteit opzij worden geschoven. Het maximaliseert verschillende voordelen. Genoemd werd al de ervaring die men opdoet, de reflectie op eerdere keuzen, het laten bezinken van wat men nu feitelijk denkt te hebben gehad aan de bachelorfase en het zorgvuldig doordenken wat en hoe men anders zou willen in een nieuwe masterstudie.

Naast de directe vervolgmasters zullen meerdere, typisch op de ervaring voortbouwende nieuwe masterprogramma's zich aandienen. Programma's, die bijvoorbeeld net zoals MBA-programma's dat nu al doen, zowel verbreding als verdieping kennen, die zowel reflexieve als toegepaste componenten combineren en die geschikt inspelen op ontwikkelingen op de markt en in carrières.

Conclusie: juist nu is de mogelijkheid om een masterstudie te kunnen doen een unieke kans om zelf, veel meer dan voorheen, te leren van wat men achter de rug heeft en om veel meer te halen uit wat nog komt.