Mastermeetings














home

 

Terug

Een MBA voor de kenniseconomie


Prof. dr. Dany Jacobs - Rijksuniversiteit Groningen/TSM Business School

MBA's zijn al een paar keer dood verklaard, maar toch blijft de belangstelling ervoor groot. Hoe komt dat? Volgens ons omdat in de kenniseconomie almaar hogere eisen worden gesteld aan algemene managers en een MBA daarvoor idealiter een goede leerschool is.

Eerst wordt toegelicht dat een MBA in principe een generalistische opleiding tot algemeen manager is. Daarna wordt kort ingegaan op nieuwe uitdagingen voor algemene managers bij het begin van de 21e eeuw. Ten slotte worden de bijzondere combinatie van kennis en vaardigheden behandeld waaraan bij een goede MBA aandacht moet worden geschonken om aankomende algemene managers toe te rusten voor die uitdagingen.

Een MBA is een opleiding tot algemeen manager
Een MBA is een opleiding tot algemeen manager. Verbaasd komen wij heel wat folders tegen waarin dat niet helder staat. Een MBA lijkt dan een soort chique titel geworden te zijn waarmee mogelijk zelfs functionele gebieden worden verbonden. In zekere mate kan men wel specialistische MBA's inrichten, bijvoorbeeld een MBA voor overheidsambtenaren of het bestuur van professionele organisaties. Het is ook correct dat in de kenniseconomie van algemene managers steeds meer terreinkennis van de branche waarin zij actief zijn, vereist wordt .

Toch is het niet goed te ver te gaan met die specialisering van MBA's. De waarde van een MBA-diploma kan afnemen als het te specialistisch wordt. Er zijn nu eenmaal nog steeds managers die er succesvol in slagen van de ene sector naar een andere over te stappen. Een vuistregel blijft daarom dat driekwart van een MBA standaard moet zijn en dat dus hoogstens een kwart van een MBA-traject specialistisch kan worden ingevuld.

In essentie gaat het bij een MBA-opleiding erom dat een functionele specialist zich verbreedt: in eerste instantie van professional tot teamleider of projectmanager. Op die wijze leert hij ervaren in welke mate hij managen aankan en ook leuk vindt. Voor managen moet men overigens aanleg hebben: geen enkele business school kan van iemand zonder aanleg een goede manager maken. Vandaar ook het belang van een goed intakegesprek, gevolgd door een assessment, voordat men investeert in zo'n dure opleiding.

Een andere consequentie is dat een MBA nooit een puur theoretische opleiding kan zijn of enkel via langeafstandsonderwijs gegeven kan worden. Men kan ook niet per brief of e-mail leren zwemmen of saxofoon spelen. Een MBA moet dan ook een combinatie zijn van opleiding (aanleren en oefenen van nieuwe theoretische kennis) en training (aanleren en oefenen van managementvaardigheden).

Ook het groepsproces en de vormen van intervisie tijdens het MBA-traject zijn essentiële onderdelen. En zelfs de tijdbelasting heeft haar voordeel: de aankomende manager leert steeds beter zich kennis en informatie toe te eigenen en binnen zijn zware dagtaak te focussen en prioriteiten te stellen.

Nieuwe economische uitdagingen
Managen is nooit een eenvoudige opgave geweest. Managers hebben traditioneel te maken met een diversiteit aan vraagstukken en uitdagingen:

  • de beheersing van bedrijfsprocessen
  • het onderhoud van relaties met klanten en de positionering op markten
  • de ontwikkeling van competenties
  • de continue vernieuwing van producten, diensten en processen.
Bovendien gaat het niet enkel om de aansturing van elk van deze vier gebieden, maar om het vinden van de juiste balans in de verdeling van de aandacht daaraan. Zoals daar net gememoreerd: een MBA leidt niet op tot een specialisme behalve dan het specialisme van de gebalanceerde overallaanpak. Dit alles wordt alleen maar complexer omdat het in de kenniseconomie meer nog dan vroeger gaat om het managen van (hoogopgeleide) mensen.

In Het kennisoffensief (Samsom 1996/1999) hebben wij uitvoerig toegelicht dat hoe technischer de economie wordt, hoe meer ondernemingen het verschil maken met een gevarieerd geheel van menselijke vaardigheden. Hoe meer ondernemingen concurreren op basis van diepe specialisatie ('kerncompetenties'), hoe meer ze ook moeten kunnen functioneren binnen netwerken met andere gespecialiseerde ondernemingen. Tenslotte heeft ICT het mogelijk gemaakt dergelijke netwerken ook steeds meer 'real time' internationaal te organiseren.

De verhouding tussen oude en nieuwe kennis en leervermogen
TSM Business School voert innovatie hoog in het vaandel. Sterker, TSM ziet het als zijn missie om de 'innovation business school' van de Lage Landen te zijn en probeert dan ook zijn deelnemers toe te rusten voor de bovengenoemde uitdagingen van de kennis-, netwerk- en 'globale' economie, waarbij zij praktisch leren omgaan met de nieuwste ICT-mogelijkheden.

Omgaan met nieuwe uitdagingen betekent overigens niet achter elke nieuwe managementhype aanrennen. Een belangrijke misvatting over de kenniseconomie is dat alle kennis steeds sneller veroudert. Belangrijke organisatiekundige waarheden van 100 of zelfs 1.000 jaar terug blijven overeind – en gelukkig maar. Een goede MBA leert dan ook beter het verschil te zien tussen 'eeuwige' managementwaarheden en belangrijke, nieuwe benaderingen die mogelijk ook een duurzamer karakter gaan krijgen. De manager van de 21e eeuw heeft een belangstellende, open geest voor nieuwe ontwikkelingen, maar bezit de vaardigheid om ze te beproeven en te evalueren, mede in het licht van 'oude' waarheden en benaderingen.

Bovendien is het onze sterke overtuiging dat hoe hectischer en turbulenter de omgeving wordt, hoe belangrijker het is dat managers door alle drukte heen geregeld een oase van reflexiviteit voor zichzelf weten te creëren. Een goede MBA besteedt dan ook aandacht aan managementvaardigheden en reflectie op de verdere ontwikkeling van de eigen persoonlijkheid. Intervisie speelt daarbij een belangrijke rol.

Vanuit actieleren naar diagnostisch-klinische competentie
In een MBA leert men meer dan de theorie van het droogzwemmen. Daarom vormen idealiter de vraagstukken die deelnemers in hun werksituatie tegenkomen, het aangrijpingspunt. De deelnemers worden gedurende de anderhalf tot twee jaar van hun opleiding geholpen om (nog) beter tot kritische analyse, creatief herontwerp en effectieve implementatie van oplossingen van deze vraagstukken te komen. Belangrijk is dat zij niet alleen vanuit hun studeerkamer over oplossingen nadenken, maar met de medewerkers van hun organisatie het proces van verandering leren aangaan.

De inzet van kennis is tweeledig. Er wordt direct gewerkt aan de verbetering van bedrijfsperformance doordat (1) de deelnemers worden ondersteund bij het zoeken van betere oplossingen en (2) hun bedrijfskundige competenties op een hoger niveau worden gebracht. Wij spreken dan over 'actieleren': leren vanuit de praktijk, maar met de hulp van theoretische concepten en benaderingen. Bedrijfspraktijk en opleidingspraktijk vullen elkaar dus aan en kunnen elkaar niet missen.

Gedurende het proces binnen de onderneming en ondersteund door het MBA-leerproces vergroten de deelnemers zodoende hun repertoire van noodzakelijke theoretisch-analytische, methodologische en procesvaardigheden. Idealiter wordt tijdens de studie een belangrijk, complex vraagstuk bij de kop gepakt en via een aantal tussenstappen (probleemanalyse, krachtenveldanalyse, pogingen tot implementatie en reflectie daarop) naar een uiteindelijk eindwerk = resultaat gebracht, met theoretische relevantie voor de deelnemer en praktische relevantie voor het bedrijf.

Terwijl de deelnemers hun bedrijfskundige aanpak bijspijkeren, leert het opleidingsinstituut verder over wat er zoal speelt bij ondernemingen, wat het in staat stelt zijn programma's bij te stellen en te verbeteren. Daarmee ontstaat komt een zichzelf versterkend proces van kennis- en ervaringsuitwisseling en relatievorming.

Objectiveren en 'subjectiveren'
Dit hele proces is overigens niet puur rationeel. Een MBA gaat niet alleen over objectiverende kennis (processen en systemen), maar besteedt aandacht aan subjectieve, slechts gedeeltelijk te rationaliseren elementen, zoals omgaan met belangen en daarmee verbonden emoties, mentale modellen, creatieve processen, coalitievorming, beïnvloeding en niet-lineaire besluitvorming. Aangezien management en leiderschap steeds contextueel en situationeel zijn, kan niemand pretenderen de definitieve wijsheid in pacht te hebben over concrete bedrijfsvraagstukken. Daarvoor is de complexiteit van interne processen en externe invloeden te groot. Elke interventie berust deels op moeilijk in te schatten onzekerheden en leidt tot nieuwe verhoudingen in het krachtenveld. Voor complexe managementvraagstukken bestaan in de regel geen eenduidige oplossingen.

Maar het opleidingsinstituut probeert wel zijn deelnemers en de dynamische complexiteit beter te leren begrijpen en op een meer methodische manier in kaart te brengen en aan te pakken. De MBA-studenten verwerven zodoende een professionele onderzoekshouding en een meer methodische manier van probleemhantering, waarbij analyse niet tot verlamming en voortdurend uitstel leidt. Want ten eerste ontstaat inzicht al doende en ten tweede moeten de deelnemers hun verantwoordelijkheid nemen. Hierbij komt men uit op ondernemerschap en team- en organisatorisch leiderschap als steeds noodzakelijkere managementattitudes.