Accreditatie van Masteropleidingen De Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO)
Wat doet de NVAO?
Missie
De NVAO waarborgt en draagt bij aan de bevordering van de kwaliteit van hoger onderwijs in Nederland en Vlaanderen. Daarnaast levert de NVAO een bijdrage aan het kwaliteitsbewustzijn en de profilering in (inter)nationaal perspectief van opleidingen in het hoger onderwijs in Nederland en Vlaanderen.
De NVAO vervult haar opdracht door:
- Bestaande opleidingen in het hoger onderwijs te accrediteren (basiskwaliteit beoordelen).
- Nieuwe opleidingen in het hoger onderwijs te toetsen (te verwachten basiskwaliteit).
- Een bijdrage te leveren aan profilering van opleidingen/ instellingen door op verzoek van de instellingen bijzondere kwaliteitskenmerken van bestaande opleidingen te toetsen.
- De Europese respectievelijk internationale dimensie in de Nederlandse en Vlaamse accreditatie te bevorderen en internationale contacten te onderhouden om tot afstemming en samenhang te komen.
- Andere aan de NVAO opgedragen taken uit te voeren, zoals in Nederland bijvoorbeeld over verlenging van de cursusduur van masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs te adviseren.
- Een bijdrage te leveren aan het publieke debat over ontwikkelingen in het hoger onderwijs, gerelateerd aan de primaire taken van de NVAO.
Wetgeving In Nederland zijn de taken van NVAO gebaseerd op de Wet Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek (WHW) die kort gezegd neer komt op: het accrediteren van bestaande opleidingen, het toetsen van nieuwe opleidingen in het hoger onderwijs en het adviseren over de mogelijke verlenging van masterprogramma's in het wetenschappelijk onderwijs.
Wat is accreditatie? Accreditatie is 'het verlenen van een keurmerk dat aangeeft dat aan bepaalde maatstaven is voldaan'. Accreditatie is in Nederland, maar ook in Vlaanderen, een voorwaarde voor bekostiging/financiering van een bachelor- of masteropleiding door de overheid, voor het recht erkende diploma's af te geven en in Nederland een voorwaarde voor toekenning van studiefinanciering aan studenten. In het licht van de internationalisering van studie en arbeidsmarkt zorgt accreditatie voor (vergelijkbare) kwaliteitsborging van opleidingen binnen het hoger onderwijs. Met de ondertekening van de Bologna-verklaring in 1999 hebben ruim 30 Europese landen besloten de bachelor-masterstructuur in te voeren in het hoger onderwijs. Voor een aantal landen - waaronder Nederland - was dit aanleiding om een accreditatiestelsel te introduceren, waarmee kan worden vastgesteld of opleidingen voldoen aan criteria voor basiskwaliteit. Nederland heeft gekozen voor accreditatie op het niveau van opleidingen. Daarmee wordt beoogd de internationale herkenbaarheid van het hoger onderwijs te vergroten. Dat heeft een gunstig effect op uitwisseling van studenten en de voorbereiding op de internationale arbeidsmarkt.
Accreditatiekaders De Nederlandse accreditatiekaders bestaan uit:
- een beoordelingskader bestaande uit onderwerpen, facetten en criteria
- beslisregels
- criteria voor de beoordeling van de gevolgde werkwijze en van het
rapport van de evaluatieorganen/ VBI's
- een beschrijving van de werkwijze bij accreditatie van bestaande
opleidingen
- een beschrijving van de overgangsaccreditatie
Ten behoeve van accreditatie wordt de opleiding beoordeeld aan de hand van de volgende onderwerpen:
- doelstellingen opleiding
- programma
- inzet van personeel
- voorzieningen
- interne kwaliteitszorg
- resultaten
De genoemde onderwerpen worden beoordeeld aan de hand van facetten en daarbij horende criteria.
Bij de beoordeling door de VBI/ evaluatieorgaan wordt een vierpuntsbeoordelingsschaal toegepast. Binnen een onderwerp kan een weging plaatsvinden van de facetten (compensatie). De verschillende onderwerpen moeten, om voor accreditatie in aanmerking te komen, afzonderlijk een voldoende beoordeeld zijn. De NVAO valideert het oordeel van de VBI/ het evaluatieorgaan.
Meer informatie over de NVAO vindt u op www.nvao.net
|