Afwegingen die men dient te maken bij de keuze van een opleiding Ir. ing. H. Donker RTD en drs. P.M.A.S. Swinkels
 Wie besluit een opleiding naast een (fulltime) baan te gaan volgen,
is gemotiveerd. Die motivatie kan van buiten komen (de organisatie waar men werkt, eist of stimuleert het) of vanuit uzelf (intrinsieke zelfontwikkeling). Wie begonnen is met het volgen van een opleiding, merkt dat het vaak moeilijk is gemotiveerd te blijven.
Een goed doordachte keuze van de juiste opleiding is van groot belang. Motivatie blijkt een resultante van nut en haalbaarheid te zijn. Een opleiding dient nuttig te zijn in termen van o.a. onderwerpen, vertaling naar de praktijk, opdoen van netwerkrelaties en een verbreding van het beeld waarmee men zaken benadert. Daarnaast dient men het gevoel te hebben dat de opleiding haalbaar is. Het gaat hierbij o.a. om niveau, didactische vorm en vereiste tijdsbesteding. Gebleken is dat zowel een onhaalbare als een te eenvoudig haalbare opleiding niet motiveert. Hier wordt praktisch ingegaan op afwegingen die men dient te maken bij de keuze van een opleiding.
1. Niveau
De eerste vraag die men zich dient te stellen, is het niveau van de opleiding. Hierbij kan worden gedacht aan mbo, hbo, post-hbo of academisch niveau. Een mbo’er die wil doorgroeien, zal veelal kiezen voor een opleiding op hbo-niveau. Let hierbij op de door de opleiding gestelde ingangseisen. Ga bijvoorbeeld na in hoeverre er eisen zijn aan wiskundige voorkennis en in welke taal de gebruikte literatuur is. Let ook op welke wijze een opleiding wordt afgesloten. Soms zijn er strakke eisen voor het afleggen van een tentamen, terwijl bij een andere opleiding slechts aanwezigheid vereist is.
2. Algemeen of specifiek
Een opleiding kan smal gedefinieerd zijn en zich specifiek richten op een bepaald onderwerp zoals projectmanagement, Excel of ADR gevaarlijke stoffen. Een algemene opleiding wordt veelal breed ingevuld; denk aan bedrijfskunde of bedrijfseconomie. Voordelen van een algemene opleiding is dat men zich meer in de breedte kan oriënteren en relaties kan leggen tussen verschillende vakgebieden. Met een specifieke opleiding kan men meer diepgang bereiken door gericht in te gaan op een bepaald onderwerp.
3. Individueel of groep
Als men individueel een opleiding volgt, geeft dit veelal een grote vrijheid in plaats, tijd en tempo van de te volgen opleiding. Anderzijds kant kan men de steun van een groep missen. Een groep is meer dan de som der delen en het is makkelijker elkaar te motiveren. Bovendien kan men veel van elkaar leren.
4. Homogeen of heterogeen
Men kan ervoor kiezen om de opleiding te volgen in een homogene groep die bestaat uit personen vanuit hetzelfde bedrijf (in company), dezelfde branche of met soortgelijke ervaring. Een opleidingsinstituut kan zich nadrukkelijk richten op een bepaalde groep studenten. Zo is de opleiding bedrijfskunde voor technici toegespitst op technisch opgeleide personen die verbreding naar bedrijfskunde zoeken. Kiezen voor een heterogene groep houdt in dat u de opleiding volgt met personen vanuit verschillende bedrijven en/of branches. Hierdoor wordt het 'buiten het bedrijf denken' geactiveerd. Het netwerken met studiegenoten kan erg interessant zijn.
5. Lang of kort
Lange opleidingen kennen naast een substantiëlere diepgang of breedte vaak een intensiever groepsproces. Ook is het realiseren van
projecten binnen de cursussen goed mogelijk. Bij korte cursussen is de diepgang of breedte veelal wat minder, maar het is makkelijker te plannen en overzichtelijker. Ook zijn korte cursussen geschikt voor een eerste oriëntatie binnen een vakgebied. Daarnaast spelen praktische overwegingen een rol (zie punt 8).
6. Theorie en praktijk
De keuze van theorie en praktijk is vaak afhankelijk van het onderwerp. Bepaalde onderwerpen hebben een theoretischer karakter, bijvoorbeeld basiswiskunde. Van groot belang zijn de docenten die lesgeven. Dit kunnen adviseurs zijn die veel (bedrijfs)projectervaring hebben of docenten die vanuit een theoretisch perspectief het onderwerp benaderen. Bedenk van tevoren of het eerste doel het verkrijgen van basiskennis is of juist praktijkervaring. Bovendien dient u de gebruikte didactiek in overweging te nemen. Op welke wijze wordt de theoriekennis en/of praktijkervaring overgedrage? Denk aan frontaal onderwijs (colleges), probleemgestuurd onderwijs 1 (PGO), workshops, (groeps)projecten etc.
7. Functioneel of thematisch
In een thema komen de te benaderen (functionele) vakgebieden samen. De toepasbaarheid van en de samenhang met vakgebieden
worden duidelijk. Natuurlijk moet de docent voldoende multidisciplinair zijn om het thema vanuit verschillende vakgebieden te kunnen behandelen.
Als voorbeeld kan het onderwijs op de Vervoersacademie worden genomen. Hier worden functionele vakken zoals wiskunde,
techniek, economie, Engels en Duits naar logistieke thema’s als distributie, warehousing of interne logistiek geschreven. Binnen elk thema komen verschillende vakgebieden op een voor dat thema relevante wijze terug. Bij een functionele inrichting is het eenvoudiger
om functionele specialisten in te zetten. De samenhang binnen de totale cursus is vaak lastig voor de cursisten.
8. Praktische randvoorwaarden
Ten slotte zijn er praktische zaken die in de beslissing voor de te kiezen opleiding meegenomen moeten worden: prijs, afstand leslocatie, tijdstip lessen etc.
|